Methodologie

De STories That Matters (STM)-methode, die een combinatie is van de Design for Change (DFC) – en de Digitale storytelling(DST) -methode, heeft haar eigenheid. Wat haar onderscheidt van beide methodologieën

  1. In DST creëren we digitale verhalen om onze ervaringen uit te drukken. Bij DFC ondernemen we actie om een verandering in de gemeenschap teweeg te brengen. STM combineert de twee. De methodologie gebruikt het digitaal verhaal te maken om een verandering in de gemeenschap te inspireren.
  2. Afgeleid van een probleemoplossende methodologie gebaseerd op empathie (DFC), werkt het rond een uitdaging. In de DFC-methodologie kunnen we echter niet weten wat het eindproduct van het proces zal zijn en wat de deelnemers daadwerkelijk zullen uitvoeren of creëren in de DO-fase. In de STM-methodologie is het product een digitaal verhaal, gemaakt met behulp van de DST-tools. Aangezien een van de belangrijkste
    aspecten van de DFC is dat de kinderen werken aan uitdagingen die zij kiezen en die hen nauw aan het hart liggen (niet wat hun mentor voor hen als onderwerp kiest), is het onderwerp van het digitale verhaal in het begin onbekend. Daarom begint de STM-methodologie met een zeer specifiek en tegelijkertijd zeer open uitdagingsvoorstel:
    Hoe kunnen kinderen/jongeren een digitaal verhaal creëren dat de verandering die zij willen zien in de gemeenschap zal inspireren?
    De vraag is: hoe creëer je een digitaal verhaal met een call to action over een probleem dat jij als jongere belangrijk vindt. Hoe kunnen we doorheen deze digitale story een zekere bewustwording voor dit probleem bewerkstelligen.
  3. DFC gebeurt in een groep, in tegenstelling tot de DST die individuele, waargebeurde verhalen creëert. Het eindproduct, de DO-fase voor DFC, is een digitaal verhaal dat de regels van DST volgt, met als enige verschil dat het vertelde verhaal collectief is en zelfs denkbeeldig kan zijn. Waarachtigheid in STM wordt niet gezien als het vertellen van werkelijke feiten, maar als de creatieve uitdrukking van oprechte emoties met een waarheidsgetrouwe motivatie voor verandering.
Voel
  1. Begrijp je waarden: De wereld waarin ik wil leven
    Dit is een individuele activiteit. Het is een zelfreflectie over alles wat ons omringt – dingen waarvan we ons bewust zijn en die we nog moeten ontdekken.
    Deelnemers maken een digitaal die de wereld voorstelt waarin zij willen leven.
    Ze gebruiken hiervoor de thema’s uit de Sustainable Development Goals en de dixit kaarten of beelden op internet. Dit is een activiteit van 2uur. Ze presenteren hun story aan de rest van de groep. Elke groep kiest 3-4 problemen om rond te werken.
  2. Analyseer het probleem
Mindmap

Om de gekozen problemen aan te pakken, moeten de groepen ze beter begrijpen. Dit gebeurt door het probleem zelf te analyseren (wat voor soort probleem is dit, wat hangt er samen met dit probleem, wat veroorzaakt het, om wie gaat het, enz.)
Dit is een van de kritieke punten in het proces, en de oplossingen en de effecten ervan zullen afhangen van de vraag of we het goed genoeg begrijpen.
Analyseer het probleem door een mindmap te maken van de antwoorden op de onderstaande vragen, één voor één. Het is goed dat ze op internet zoeken naar antwoorden die ze niet kennen.
In dit geval wordt in de mindmap het probleem in het midden van een vel papier geschreven, en worden alle bevindingen en informatie er op een logische manier omheen verzameld.

Wat gebeurt er in onze maatschappij ?
Leg uit hoe je weet dat het probleem bestaat.
Wat zie je? Waarom zie je het zo?
Wat voel je? Waarom voelt u zich zo?
Op wie heeft het probleem betrekking? Waarom?
Wat zijn volgens jou de oorzaken?
Waarom is het belangrijk om dit probleem op te lossen?
Welke verandering willen we zien in de gemeenschap?
Wat hoor je van anderen over dit probleem? Waarom denken mensen er zo over?
Bij welke mensen moeten we het bewustzijn en de reactie verhogen?

Na het onderzoek presenteren de groepen hun werk. Gebruik dit moment om voor elke groep de feedback van de groep te vragen. Is er iets belangrijks dat ze vergeten zijn op hun kaart te zetten? Vergeet bij het geven van feedback niet om je commentaar altijd te beginnen en te eindigen met positieve opmerkingen. Tussendoor doe je suggesties voor verbetering.

Wie is jouw doelgroep ?

Bij welke doelgroep willen we verandering maken ?
Voor dit proces is het vooral belangrijk om het publiek te begrijpen dat het verhaal zal zien.
Het hoofddoel is een verhaal te ontwerpen dat hen inspireert om hun. Houding te veranderen.
Laat de deelnemers uit de lijst de groep mensen kiezen die ze met hun verhaal willen aanspreken. Vraag hen de extremen binnen deze doelgroep te identificeren.
Uitersten kunnen op verschillende spectrums vallen. Bijvoorbeeld, in de doelgroep “jongeren” zijn jongeren die van dieren houden en degenen die ze haten uitersten, terwijl op een ander spectrum uitersten zijn degenen die bij hun ouders wonen en degenen die alleen wonen.

De uitdaging kaderen

Om ons voor te bereiden op de gesprekken met ons publiek, moeten we onze uitdaging in een zin gieten die ons op de been houdt en ons doet focussen op het publiek en niet op het probleem.
Laat de deelnemers een zin maken met een van de onderstaande formules

  • Wat moet X (voeg het publiek toe) zien/voelen/horen in een digitaal verhaal om hen Y (voeg de reactie toe op het probleem dat je wilt creëren) te maken?
  • Hoe kunnen we een betekenisvol digitaal verhaal maken dat X (voeg het publiek toe) zal inspireren tot Y (voeg de reactie toe op het probleem dat je wilt creëren)?
  1. We gaan op interview
    We proberen ons in te leven in het gekozen doelpubliek. Op die manier kunnen we verhalen maken die hen raken. Zij zijn degenen die we willen raken, motiveren en inspireren Interviewen is een goede manier om ons in te leven in de mensen voor wie we het verhaal gaan maken.
  2. Interview de mensen die je wilt inspireren
    Interviewen en empathie krijgen is niet zo’n gemakkelijke taak. Als je tijd hebt, kun je in de groep met je leerlingen oefenen door middel van rollenspellen en het bespreken van de regels voor empathie-interviews, voordat je ze naar de eigenlijke interviews stuurt.

Interviewen voor empathie- Richtlijnen

Niet oordelen.

Observeer en luister naar de respondenten zonder vooroordelen en zonder een oordeel te vellen over hun acties, omstandigheden, beslissingen of “problemen”.
Wees nieuwsgierig, zoals een vierjarige die overal “Waarom?” vraagt.
Zelfs als je denkt dat je het antwoord weet, vraag mensen waarom ze zeggen of doen wat ze beschreven hebben. De antwoorden zullen je soms verrassen. Vorm uit het antwoord op een “waarom” een andere “waarom”-vraag en laat het gesprek zo lang doorgaan als nodig is.

Luister. Maar echt. Focus op wat de geïnterviewden tegen je zeggen en hoe ze het zeggen, zonder na te denken over het volgende dat je zult zeggen. Houd je interviewvragen voor je, maar zorg ervoor dat je goed luistert en tussendoor meer vragen stelt die geïnspireerd zijn op wat je net hebt geluisterd.
Stel gesloten vragen alleen in het begin, om de ondervraagde te ontspannen. Gesloten vragen zijn vragen waarop je met een woord kan antwoorden. Dit zijn vragen die beginnen met Doe…, Welke…?, Wie…?
Je doel is om verhalen te verzamelen. Dit kan je doen door in het gesprek open vragen te gebruiken. Deze vragen beginnen met: Vertel me iets over…, Waarom…?, Hoe….?, Verklaar…
Voed het verhaal. Of de verhalen die mensen vertellen nu waar zijn of niet, ze onthullen hoe ze over de wereld denken.

Wees niet bang voor stilte. We moeten vaak een andere vraag stellen als er een pauze valt. En als we stilte toestaan, kan de persoon nadenken over wat hij net zei, en kunnen we iets diepzinnigers ontdekken.

Suggereer geen antwoorden op uw vragen. Zelfs als de respondenten pauzeren alvorens te antwoorden, help hen dan niet door oplossingen aan te bieden. Het kan er onbedoeld toe leiden dat mensen dingen zeggen die in overeenstemming zijn met uw verwachtingen. Stel neutrale vragen. “Wat vindt u van afval in het park?” is een betere vraag dan “Vindt u dat mensen geen afval in het park mogen gooien?” omdat de eerste vraag geen correct antwoord impliceert.

Probeer alles wat je hoort en ziet te noteren. Interview altijd in een groep. Iemand vraagt, iemand neemt de stem op en iemand maakt gedetailleerde aantekeningen… Elk groepslid heeft een specifieke rol om het interview zo goed mogelijk te voeren. Het is vermoeiend en onmogelijk dat dezelfde persoon meerdere functies heeft. Ieder moet zich wijden aan zijn werk op dat moment.

Vraag de groepen 5 tot 10 vragen voor te bereiden voor hun interviews. Zij kunnen de volgende gebruiken en aanpassen:
Wat gebeurt er met betrekking tot…..?
Wat maakt dat je je zo voelt?
Wat zie je om je heen? Waarom zie je het zo?
Wat voel je? Waarom voel je je zo?
Is het belangrijk om dit te bespreken? Waarom?
Wat denken de mensen om je heen over de situatie?
Waarom denken mensen op deze manier?

Zorg ervoor dat u uitersten identificeert en interview vertegenwoordigers van zowel de grote algemene stroming als die aan beide uiteinden van het spectrum ( voor- en tegenstanders)

Als je de mensen die zich in de extreme zone bevinden begrijpt, kun je de hoofdstroom beter begrijpen en creatieve ideeën aandragen voor een effectief verhaal.

Wanneer groepen op het terrein zijn om interviews af te nemen, moet elke deelnemer een specifieke rol hebben. Eén stelt de vragen, één neemt de stem op en één schrijft de antwoorden samen met de observaties op. Ze hebben allemaal de vragen voor zich geschreven, zodat ze de discussie gemakkelijk kunnen volgen. Naast de vooraf geschreven vragen moeten ze vragen stellen die geïnspireerd zijn door wat ze luisteren en zo vaak mogelijk vragen waarom.

Organiseer je inzichten

  1. Omgeving. Wat is het belangrijkste verhaal in de gemeenschap? Wat zeggen verschillende mensen? Wat zegt de TV/influencers/sociale media? Wat zijn de gevaarlijke stereotypen?
  2. Zeggen en doen. Wat zijn hun verhalen? Houding in het openbaar. Gedrag tegenover anderen. Uiterlijk
  3. Denken en voelen. Wat telt echt? Wat zijn hun werkelijke overtuigingen? Wat zijn hun werkelijke emoties?
  4. Pijn. Wat maakt hen bang? Wat demotiveert hen? Wat baart hen zorgen?
  5. Winst. Wat inspireert hen? Waarom zouden ze handelen? Wat maakt hen gelukkig?

Beantwoord de eerste twee vragen vanaf nummer 1. Schrijf in post-its één voor één je observaties verzameld uit alle interviews. Je hoeft niet alles op te schrijven wat je gehoord en opgemerkt hebt, maar wel de meest interessante en opvallende observaties. Het beste is om verschillende kleuren post-its te gebruiken, afhankelijk van de kwaliteit van de observatie. Geel voor de neutrale opmerkingen, roze voor de negatieve en groen voor de positieve. Plaats elke post-it in de overeenkomstige rubriek.
Als je klaar bent met het opschrijven van de informatie die je hebt verzameld, ga je naar de nummers 4, 5 en 6 en probeer je de vragen te beantwoorden door conclusies te trekken uit je gegevens. Zorg ervoor dat je je conclusies dubbel controleert. Zijn de conclusies afgeleid van de informatie die je hebt verzameld of herhaal je gewoon de veronderstellingen die je al had? Probeer te zoeken naar inzichten die nieuw aanvoelen en je helpen het onderwerp
vanuit een ander perspectief te zien. Welke onverwachte patronen komen naar voren? Als je tegenstrijdige informatie hebt, kun je ervoor kiezen ze allemaal op te schrijven (bij de tweede oefening kies je de dingen die volgens jou gemeenschappelijk zijn om je MESAGE te maken). Anders kun je ervoor kiezen om alleen de informatie op de kaart te zetten die verband houdt met één deel van je publiek.

MESAGE>Maak uw ontwerpspecificaties

Het punt van de Feel-fase in STM is dat we het probleem dat we belangrijk vinden begrijpen en ons inleven in andere mensen, zodat we een manier vinden om het te presenteren aan de doelgroep.
Na onze gedetailleerde analyse kunnen we deze fase afsluiten met het definiëren van de criteria (ontwerpspecificaties) die we in de Imagine-fase zullen gebruiken.
We organiseren onze criteria met een gemakkelijk te onthouden acroniem: MESAGE
Beantwoord alle vragen om de lijst met ontwerpspecificaties op te stellen die u voor uw digitale verhaal wilt volgen.

M Boodschap

Waarom maken we dit verhaal? Welke boodschap willen we overbrengen?

E- Emoties

Hoe willen we dat ons publiek zich voelt bij het bekijken van ons digitale verhaal?
Afstandelijk, verwijderd, hulpeloos, of opgenomen, hoopvol, krachtig, geïnspireerd, of verontwaardigd?

Stereotypen

Welke stereotypen moeten we vermijden in ons verhaal? Wiens gezichtspunt moeten we presenteren om de stereotypen te doorbreken?
Publiek. Wie is het doelpubliek dat we met ons verhaal willen beïnvloeden?
Ga ervoor! Hoe roept ons verhaal het publiek op tot actie? Wat voor soort acties stelt het voor?
esthetiek. Wat voor gevoel moet ons verhaal oproepen? Welke beelden en muziek zullen dat gevoel overbrengen?
We zijn klaar voor de IMAGINE-Verbeeld fase
Hier ga je je alle mogelijke oplossingen verbeelden

DO-Fase

Daarna maak je je filmpje over als call to action.
Wil je meer weten over de methode.
Bekijk de toolkit die we maakten.